Getijden in de Oosterschelde

Het getij zorgt ervoor dat het waterniveau in de Oosterschelde voortdurend stijgt en daalt. Deze cyclus bepaalt het ritme van hoogwater en laagwater en heeft ook invloed op de stroming in het gebied.

Voor duikers is het getij belangrijk bij het plannen van een duik. De tijden van hoogwater, laagwater en kentering verschillen per dag en per locatie.

Bekijk de Getijdenplanner →

Hoe werkt het getij?

Een volledige getijcyclus van hoogwater naar laagwater en weer naar hoogwater duurt gemiddeld ongeveer 12 uur en 25 minuten.

Binnen een getijcyclus zijn er twee momenten van hoogwater en twee momenten van laagwater. Ook zijn er doorgaans twee kenteringen, waarbij de lokale stroming van richting verandert en tijdelijk sterk afneemt.

Hoogwater en laagwater beschrijven het waterniveau. Kentering heeft betrekking op de stroming. Deze momenten vallen daarom niet automatisch samen.

Het exacte tijdstip verschilt bovendien per locatie in de Oosterschelde.

Hoe ontstaan hoogwater en laagwater?

Het getij ontstaat vooral door de zwaartekracht van de maan en in mindere mate de zon. De aantrekkingskracht van de maan zorgt ervoor dat het water op aarde zich niet overal even hoog verdeelt.

In een vereenvoudigd model ontstaan er twee gebieden met relatief hoog water: één aan de kant van de aarde die naar de maan is gericht en één aan de tegenoverliggende kant. Daartussen bevinden zich gebieden waar het waterniveau relatief laag is.

Terwijl de aarde draait en het getij zich over de oceanen en kustgebieden verplaatst, komen verschillende locaties achtereenvolgens in een gebied met hoger en lager water terecht.

In werkelijkheid is het patroon veel complexer. Oceanen, continenten, de vorm van de kust en de diepte van de zeebodem beïnvloeden hoe het getij zich verplaatst. In de Oosterschelde spelen ook de vorm van de geulen en vertakkingen een belangrijke rol.

Daarom kun je het moment van hoogwater of laagwater niet simpelweg afleiden uit de stand van de maan. De lokale getijdenverwachting blijft bepalend.

Hoogwater en laagwater

Bij hoogwater staat het waterniveau op zijn hoogste punt binnen een getijcyclus. Daarna begint het waterniveau weer te dalen richting laagwater.

Bij laagwater staat het waterniveau op zijn laagste punt. Daarna begint het waterniveau weer te stijgen richting het volgende hoogwater.

Hoogwater en laagwater vertellen dus iets over het waterniveau, maar niet rechtstreeks over de sterkte van de stroming.

Het moment waarop de stroming minimaal is, hoeft daarom niet precies samen te vallen met hoog- of laagwater.

Lees meer over dit verschil bij Kentering Oosterschelde.

De maan en het getij

De maan heeft de grootste invloed op het getij, maar ook de zon draagt eraan bij. De stand van de maan ten opzichte van de aarde en de zon bepaalt mede hoe sterk beide getij-effecten elkaar versterken of gedeeltelijk tegenwerken.

Er zijn vier belangrijke maanfasen:

  • Nieuwe maan 🌑 — de maan staat ongeveer tussen de zon en de aarde.
  • Eerste kwartier 🌓 — de maan en de zon staan vanuit de aarde gezien ongeveer haaks op elkaar.
  • Volle maan 🌕 — de aarde staat ongeveer tussen de zon en de maan.
  • Laatste kwartier 🌗 — de maan en de zon staan opnieuw ongeveer haaks op elkaar.

Deze maanfasen bepalen mede het ritme van springtij en doodtij.

Springtij en doodtij

Rond nieuwe maan en volle maan staan de zon, aarde en maan ongeveer op één lijn. De getijverwekkende effecten van de zon en maan versterken elkaar. Het verschil tussen hoogwater en laagwater is dan groter.

Dit noemen we springtij.

Rond eerste en laatste kwartier staan de zon en maan vanuit de aarde gezien ongeveer haaks op elkaar. Hun getijverwekkende effecten versterken elkaar dan minder sterk. Het verschil tussen hoogwater en laagwater is kleiner.

Dit noemen we doodtij.

Springtij en doodtij wisselen elkaar ongeveer iedere twee weken af.

Het grotere of kleinere getijverschil heeft ook invloed op de sterkte van de stroming. Bij springtij is de stroming doorgaans sterker dan bij doodtij.

Waarom verschuiven de tijden iedere dag?

De tijden van hoogwater en laagwater zijn niet iedere dag hetzelfde. De maan beweegt ten opzichte van de aarde en keert gemiddeld ongeveer 50 minuten later terug op dezelfde positie aan de hemel.

Omdat het getij hiermee samenhangt, verschuiven ook de momenten van hoogwater en laagwater iedere dag.

Hetzelfde geldt voor de kentering. Het exacte moment van kentering verschilt per locatie, omdat de stroming zich niet overal op dezelfde manier en op hetzelfde moment gedraagt.

Daarom kun je niet uitgaan van bijvoorbeeld "hoogwater is iedere dag om 12:00 uur". De tijden schuiven voortdurend.

Hoe ver vooruit kun je het getij voorspellen?

Het astronomische getij is ver vooruit goed te berekenen. De bewegingen van de aarde, maan en zon zijn bekend, waardoor hoog- en laagwater maanden en zelfs jaren vooruit kunnen worden berekend.

De daadwerkelijke omstandigheden kunnen wel afwijken van deze astronomische berekening.

Vooral wind en luchtdruk kunnen invloed hebben op de werkelijke waterstand. Ook de daadwerkelijke stroming kan daardoor afwijken van de berekende verwachting.

Daarom moet je onderscheid maken tussen een astronomische getijvoorspelling en een verwachting van de daadwerkelijke omstandigheden op een duikstek.

De Getijdenplanner toont de verwachte omstandigheden per locatie en biedt een vooruitblik tot dertien maanden.

Wat betekent het getij voor duikers?

Het getij bepaalt het ritme waarbinnen de omstandigheden in de Oosterschelde veranderen.

Voor een duiker zijn vooral drie zaken belangrijk:

  • Getij bepaalt hoe het waterniveau stijgt en daalt.
  • Stroming bepaalt hoe snel het water zich verplaatst.
  • Kentering is het moment waarop de lokale stroming van richting verandert en tijdelijk sterk afneemt.

Deze drie zijn met elkaar verbonden, maar beschrijven niet hetzelfde.

Wil je weten wanneer je bij een specifieke duikstek het beste kunt duiken? Kijk dan niet alleen naar hoogwater en laagwater, maar bekijk ook de verwachte stroming voor de betreffende locatie.

De Getijdenplanner vertaalt de verwachte stroming per duikstek naar praktische duikvensters.

Naar de Getijdenplanner →

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen getij en stroming?

Het getij beschrijft de periodieke verandering van het waterniveau tussen hoogwater en laagwater. Stroming beschrijft de horizontale verplaatsing van het water door de Oosterschelde. Ze zijn met elkaar verbonden, maar zijn niet hetzelfde. Het getij beïnvloedt de stroming, terwijl de sterkte en het verloop van de stroming per locatie kunnen verschillen.

Waarom zijn er twee keer per dag hoogwater?

Een volledige getijcyclus van hoogwater naar laagwater en weer naar hoogwater duurt gemiddeld ongeveer 12 uur en 25 minuten. Daardoor zijn er gedurende ongeveer 24 uur doorgaans twee momenten van hoogwater en twee momenten van laagwater. Dit hangt samen met het feit dat de maan ten opzichte van de aarde ongeveer één keer per 24 uur en 50 minuten dezelfde positie aan de hemel inneemt.

Hoe vaak is er springtij?

Springtij ontstaat rond nieuwe maan en volle maan. Daardoor komt het gemiddeld ongeveer twee keer per maand voor, met ongeveer twee weken tussen opeenvolgende perioden van springtij.

Hoe vaak is er doodtij?

Doodtij ontstaat rond eerste en laatste kwartier van de maan. Ook dit komt gemiddeld ongeveer twee keer per maand voor.

Is nieuwe maan sterker dan volle maan?

Nee. Nieuwe maan en volle maan zorgen in principe allebei voor springtij. Bij beide maanfasen staan de zon, aarde en maan ongeveer op één lijn, waardoor de getijverwekkende effecten van zon en maan elkaar versterken. Kleine verschillen in de werkelijke getijsterkte kunnen wel ontstaan door onder andere de veranderende afstand van de maan tot de aarde.

Hoe lang duurt een getijcyclus?

Een volledige cyclus van hoogwater naar laagwater en terug naar hoogwater duurt gemiddeld ongeveer 12 uur en 25 minuten.

Waarom is hoogwater niet iedere dag op dezelfde tijd?

De maan beweegt ten opzichte van de aarde en keert gemiddeld ongeveer 50 minuten later terug op dezelfde positie aan de hemel. Omdat het getij hiermee samenhangt, verschuiven de momenten van hoogwater en laagwater gemiddeld ook iedere dag.

Valt kentering samen met hoogwater of laagwater?

Niet noodzakelijk. Hoogwater en laagwater beschrijven het waterniveau, terwijl kentering betrekking heeft op de verandering van de stromingsrichting. Het exacte moment van kentering verschilt bovendien per locatie.

Hoe ver vooruit kun je het getij voorspellen?

Het astronomische getij kan maanden en zelfs jaren vooruit worden berekend. De daadwerkelijke omstandigheden kunnen echter afwijken door factoren zoals wind en luchtdruk. Voor het plannen van een duik zijn daarom vooral de actuele en lokale verwachtingen relevant. Duiken Centraal toont deze verwachtingen per locatie in de Getijdenplanner.

Getij per duikstek

Hoog- en laagwater vallen niet overal op hetzelfde moment. Bekijk de getijverwachting voor een specifieke locatie in de Getijdenplanner.

Open de Getijdenplanner