Stroming in de Oosterschelde

Stroming bepaalt in belangrijke mate hoe een duik in de Oosterschelde verloopt. De snelheid en richting van het water veranderen gedurende het getij en kunnen per duikstek sterk verschillen.

Voor het plannen van een duik is daarom niet alleen het tijdstip van hoog- of laagwater van belang. Vooral de verwachte stroomsnelheid bij de gekozen duikstek bepaalt hoe rustig of stromend de omstandigheden zijn.

Wat veroorzaakt stroming?

De stroming in de Oosterschelde wordt voornamelijk veroorzaakt door het getij. Bij vloed stroomt water het gebied in en bij eb stroomt het weer terug.

De vorm van de Oosterschelde, met verschillende geulen, vertakkingen en ondiepere delen, beïnvloedt hoe het water zich lokaal verplaatst. Hierdoor kan de stroming op twee duikstekken op hetzelfde moment sterk verschillen.

Hoe verandert de stroming gedurende het getij?

De stroomsnelheid verandert voortdurend. Vanuit een periode met weinig stroming neemt de snelheid toe, bereikt vervolgens een maximum en neemt daarna weer af.

Wanneer de stroming van richting verandert, ontstaat een kentering. Rond dat moment neemt de stroomsnelheid op veel locaties tijdelijk sterk af.

De sterkte van de stroming verschilt per getij. Tijdens springtij zijn de verschillen tussen hoog- en laagwater groter en is de stroming doorgaans sterker. Tijdens doodtij zijn de getijverschillen kleiner en is ook de stroming meestal minder sterk.

Waarom verschilt de stroming per duikstek?

De Oosterschelde heeft geen overal gelijk stroompatroon. De ligging van een duikstek ten opzichte van geulen, oevers en vertakkingen bepaalt mede hoe het water daar stroomt.

Daardoor kan een duikstek gedurende een groot deel van het getij relatief rustig zijn, terwijl op een andere locatie de stroomsnelheid snel oploopt.

Dit betekent ook dat je de omstandigheden bij één duikstek niet zomaar kunt gebruiken om te bepalen wanneer het bij een andere stek rustig is.

Bekijk daarom altijd de verwachte stroming voor de specifieke locatie waar je wilt duiken.

Wat betekent stromingssnelheid?

Duiken Centraal geeft de verwachte stroomsnelheid weer in centimeters per seconde (cm/s). Hoe hoger de waarde, hoe sterker het water beweegt.

Wat voor jou een geschikte stroomsnelheid is, hangt af van onder andere je ervaring, duikdoel en voorkeur. Daarom werkt de Getijdenplanner niet met één vaste grens.

Je kunt kiezen uit 15, 20, 25 of 30 cm/s. De planner gebruikt deze waarde om te bepalen wanneer de verwachte stroming onder jouw gekozen grens blijft.

Zo kun je zelf bepalen wat je als een geschikt duikvenster beschouwt.

Verwachte stroming per duikstek

Wil je weten hoe de stroming zich bij een specifieke duikstek ontwikkelt?

Bekijk de verwachte stroomsnelheid in de Getijdenplanner. Daar zie je wanneer de stroming naar verwachting onder jouw gekozen grens blijft.

De voorspelling geeft een verwachting van de omstandigheden. Vooral op korte termijn kan het weer, zoals wind, invloed hebben op de daadwerkelijke stroming.

Naar de Getijdenplanner →

Veelgestelde vragen

Hoe sterk is de stroming in de Oosterschelde?

Dat verschilt sterk per locatie en per moment in het getij. Sommige duikstekken hebben relatief weinig stroming, terwijl op andere locaties de snelheid gedurende een deel van het getij flink kan oplopen.

Wanneer is de stroming het sterkst?

De stroming bereikt doorgaans zijn hoogste snelheid tussen twee opeenvolgende kenteringen. Het exacte verloop en de maximale snelheid verschillen per duikstek en per getij.

Is sterke stroming altijd een probleem?

Niet per se. Wat als sterke stroming wordt ervaren, hangt onder andere af van je ervaring, duikplan en het doel van de duik. Duiken Centraal gebruikt daarom geen vaste kwalificatie als "veilig" of "onveilig", maar laat de verwachte stroomsnelheid zien zodat je zelf de omstandigheden kunt beoordelen.

Verandert de stroming met de maanstand?

Ja, indirect. De maan beïnvloedt het getij en daarmee de verschillen in waterstand en de sterkte van de stroming. Rond springtij, bij nieuwe en volle maan, zijn de getijverschillen groter en is de stroming doorgaans sterker. Rond doodtij, bij eerste en laatste kwartier, zijn de verschillen kleiner en is de stroming meestal minder sterk.

Kan de werkelijke stroming afwijken van de voorspelling?

Ja. Een stromingsverwachting is een modelberekening en geen meting van de omstandigheden op dat moment. Onder andere wind en lokale omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat de werkelijke stroming afwijkt van de verwachting. Daarom is de voorspelling vooral een hulpmiddel om je duik vooraf te plannen.

Stroming per duikstek

De sterkte en richting van de stroming verschillen per locatie en moment. Bekijk de verwachte stroming voor een specifieke duikstek in de Getijdenplanner.

Open de Getijdenplanner